Uit de schaduw: Josiane en haar zoektocht naar vergeten protestantse vrouwen
Elke maand schrijft Josiane Tytens een artikel over een opmerkelijke protestantse vrouw uit de geschiedenis van België of Nederland in de Kerkbrief van de Brabantdamkerk in Gent. De rubriek is een vaste waarde in het kerkblad en wordt warm onthaald door haar gemeenschap, gretig gelezen en gedragen door haar stille, maar vasthoudende missie om vrouwen uit de schaduw te halen. Wat begon als een persoonlijke fascinatie, groeide uit tot een zorgvuldig opgebouwde verzameling van verhalen die anders nooit verteld zouden worden.
Meer dan twintig jaar geleden hoorde Josiane haar eerste protestantse preek in de Brabantdamkerk. Ze werd katholiek opgevoed, zoals de meesten in haar omgeving, maar de protestantse nadruk op Het Woord raakte haar diep: “Ik ben eigenlijk door die preek, door Het Woord zelf, de Bijbel, veranderd.” Die ene preek werd het begin van een onverwachte reis door kerkgeschiedenis, archieven, musea, oude boeken, tijdschriften en vooral door tientallen levensverhalen van vrouwen die nooit de erkenning kregen die ze verdienen.
Ze schreef eerst voor De Flambouw, het blad van de kerk in Horebeke. Tijdens haar opleiding aan de CGO in Goes ging haar aandacht vooral naar vrouwen in de Bijbel en vrouwen uit de Reformatie. Gaandeweg merkte ze hoe vaak vrouwen in de geschiedenis naar de achtergrond verdwijnen: “Er zijn zoveel belangrijke vrouwen die interessante dingen gedaan hebben,” zegt ze. “Maar ze worden wat weggemoffeld.” Dus begon ze te schrijven over protestantse dames in België en Nederland, die iets betekend hebben, maar zelden genoemd worden.
Josiane heeft een zeker historische interesse, maar dat is niet de enige reden die haar gevoelig maakt voor het onderwerp. Haar moeder had graag willen studeren en schooljuffrouw worden, maar kreeg de kans niet. En die stille frustratie, voelde ze als kind goed aan. Dat besef, talent en inzet niet altijd gezien worden, vormt een zachte onderstroom in haar werk. Het verklaart waarom ze zo gedreven is om vrouwen een plek te geven.
Ook in haar eigen loopbaan merkte Josiane hoe hardnekkig het glazen plafond kan zijn. Ze werkte jarenlang in de textielsector, waar de hogere posten uitsluitend door mannen bezet werden: “Het directieniveau waren allemaal mannen. En zelfs als je buitenshuis een vergadering voorzat, vroegen ze aan jou: ‘is er geen koffie?’” Het waren kleine, maar veelzeggende momenten waardoor het verlangen om recht te doen aan wie recht verdient, langzaam groeide.
Josiane werkt organisch. Ze struikelt over namen, foto’s, voetnoten, museumfolders of oude tijdschriften. Soms tipt iemand haar een naam. Soms vindt ze een boek op de markt of krijgt ze een boek cadeau. Soms duikt ze een archief in. “Door te graven, dat is het interessantste. Blijven graven. Blijven zoeken.” Zo ontdekte ze Julia Carlsson, de Zweedse vrouw van architect Victor Horta, die tijdens de oorlog fondsen inzamelde voor Belgische soldaten. Of de schoonzus van Vincent van Gogh, Jo Bonger, die ervoor zorgde dat zijn collectie op de kaart werd gezet. Of Helene Kröller-Müller, die vanuit een protestantse overtuiging kunst toegankelijk wilde maken voor iedereen. Josiane’s arsenaal aan vrouwen is breed en verrassend: kunstenaressen, dokteressen, schrijfsters, juffen, weldoensters, … beperkt het niet tot “de eerste theologe” of “de eerste vrouwelijke dominee”, maar schrijft ook over gewone vrouwen. Zoals Ria Visser, die zelf doof was en die ervoor zorgde dat er een doventolk kwam om de dienst te tolken in de kerk, terwijl dat in die tijd ongezien was. Of Eelkje Timmenga-Hiemstra, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Kamp Vught families hielp door hen voedsel te bezorgen en informatie van de kampbewoners door te spelen. “De leukste verhalen zijn van mensen waarvan je het niet verwacht,” zegt ze. “Want toch hebben ze allemaal iets gedaan dat ertoe doet.”
Sommige verhalen raken Josiane diep. Zo vertelt ze over Maria Sibylla Merian, die als eerste het proces van een rups tot een vlinder tekende, gedreven door haar overtuiging dat je ook het allerkleinste dat God geschapen heeft moet respecteren. “Dat vond ik zo mooi,” zegt ze. Het zijn precies die onverwachte details die haar blijven prikkelen.
Ze is niet bang om auteurs, nazaten, onderzoekers, families die ze tijdens haar zoektocht tegenkomt te mailen. Vaak krijgt ze enthousiaste reacties terug, soms zelfs onverwachte nieuwe informatie. Het zijn die kleine, warme connecties die haar werk zo bijzonder maken. Zo kwam ze in contact met Christine Farenhorst, een vrouw die in de jaren vijftig samen met haar vader-dominee van Groningen naar Canada emigreerde en een roman schreef over Edith Cavell. Haar herinneringen, details en persoonlijke verhalen gaven het artikel een onverwachte diepte. Ook de contacten met de Kröller-Müller Stichting en met mensen die haar hielpen bij het verhaal van Horta’s Zweedse vrouw, openden telkens nieuwe deuren. “Dan heb ik een goede dag, absoluut.”
Voor Josiane is het werk meer dan geschiedenis. Ze ziet het als een vorm van christelijke inspiratie: recht doen aan wie recht verdient en licht werpen op wie in de schaduw stond. En ze voelt dat haar gemeenschap het waardeert. “Iedere keer als ik in de kerk kom, zeggen ze: ‘Voortdoen.’” Ook mannen uit de gemeenschap spreken haar aan na de dienst, soms verrast, soms enthousiast. Het bevestigt voor haar dat deze verhalen niet enkel een vrouwenzaak zijn, maar deel van een gedeeld verleden dat iedereen aangaat. Ze voelt ook dat haar werk past in een actuele bredere beweging. Musea besteden meer aandacht aan ‘vergeten’ vrouwen, straatnamen veranderen, biografieën verschijnen: “De vrouwen beginnen meer in beeld te komen,” zegt ze. “Ik geef daar mee een duw aan.”
In de Brabantdamkerk verschijnt de Kerkbrief elf keer per jaar. Dat betekent: elf vrouwenverhalen, elf nieuwe ontdekkingen, elf syntheses van soms dagen of weken onderzoek. “Het mag maar twee bladzijden zijn,” zegt ze. “Dat is soms moeilijk.” Ze wisselt af tussen Belgische en Nederlandse vrouwen, ook dat is een uitdaging, want België heeft minder ‘gedocumenteerde’ protestantse geschiedenis om uit te putten. “België wordt een probleem,” lacht ze. “Ik denk dat ik nog tien jaar voort kan in Nederland.” Ondertussen schreef Josiane al 33 verhalen en er liggen momenteel zijn er nog minstens vijftien ‘in uitvoering’.
Of ze ooit een boek wil schrijven? “Ik zou in eerste instantie nee zeggen.” Maar ze bewaart wel van elk verhaal een bronnenlijst. En mensen moedigen haar aan. “Materiaal is er zeker genoeg,” geeft ze toe. “Het moet nog rijpen in mijn hoofd.” Voorlopig blijft ze dus enkel schrijven voor de kerkbrief van de Brabantdamkerk.
En zo groeit haar verzameling verder: een mozaïek van protestantse vrouwen die België en Nederland mee vormgaven, vaak zonder dat iemand het wist. Josiane blijft zoeken, puzzelen en ontdekken. “Het is leuk om te doen,” zegt ze. “Anders zou ik het niet blijven doen.” Wat begon met één preek, is uitgegroeid tot een stille, maar krachtige missie: vrouwen uit de schaduw halen, zodat hun verhalen eindelijk kunnen spreken.
Wil je Josiane’s verhalen ontdekken? Alle 33 artikels zijn te lezen via de website van de Brabantdamkerk:
Andere interessante blogartikels
Wanneer Boeddha in de tuin belandt
Collega Freya schreef een bijdrage over Boeddhabeelden als alledaagse sierbeelden voor het interlevensbeschouwelijke tijdschrift Spirit.
Stages en onderzoeksopdrachten 2025-2026
PARCUM lanceert een nieuwe bundel met alle stage- en onderzoeksopdrachten voor 2025-2026! Van erfgoedanalyse en depotwerking tot publiekswerking en onderzoek in de Abdij van Park — we bieden leerrijke trajecten voor studenten geschiedenis, kunstwetenschappen, erfgoedstudies, theologie en meer.