Mechels beeldje van Sint-Anna-ten-Drieën keert na meer dan honderd jaar terug
In de maand mei 2026 contacteerde de Duitse familie Hensch PARCUM met een bijzonder verhaal en verzoek. Sinds jaar en dag wordt binnen de familie een 29 cm hoog, oud houten beeldje van Sint-Anna bewaard en gekoesterd, dat volgens de overlevering afkomstig zou zijn uit een tijdens de Eerste Wereldoorlog verwoeste kerk in België of Frankrijk en dat de familie graag naar zijn oorspronkelijke plaats van herkomst zou laten terugkeren.
In de maand mei 2026 contacteerde de Duitse familie Hensch PARCUM met een bijzonder verhaal en verzoek. Sinds jaar en dag wordt binnen de familie een 29 cm hoog, oud houten beeldje van Sint-Anna bewaard en gekoesterd, dat volgens de overlevering afkomstig zou zijn uit een tijdens de Eerste Wereldoorlog verwoeste kerk in België of Frankrijk en dat de familie graag naar zijn oorspronkelijke plaats van herkomst zou laten terugkeren.
Het betreft een vermoedelijk eikenhouten beeldje van Sint-Anna-ten-Drieën. De heilige moeder Anna, herkenbaar aan de witte hoofd- en kindoek en gekleed in een blauw kleed met wit onderkleed en een rode, voor het lichaam geslagen manteldoek, draagt op de rechterarm de kleine figuur van Maria. Maria, gekleed in een rood kleedje en blauwe mantel en een bloemenkrans of kroon op het hoofd, houdt op haar beurt met beide handen het vermoedelijk naakte kind Jezus vast op haar schoot. Het bovenlichaam van het kindje Jezus is verdwenen, evenals de linkerhand van de heilige Anna, waarmee ze hoogstwaarschijnlijk een vrucht aan het speelse kind Jezus aanreikte. Het beeldje werd meermaals overschilderd, maar her en der zijn nog sporen van de oorspronkelijke polychromie en vergulding zichtbaar.
Het beeldje behoort tot de in late middeleeuwen populaire reeks Mechelse devotiebeeldjes, die vanaf het einde van de 15de eeuw tot diep in de 16de eeuw in grote aantallen in de Mechelse beeldsnijateliers werden vervaardigd en tot ver in de toenmalige katholieke wereld werden verspreid. Hiervan getuigt ook merkteken met de drie palen, het Mechelse stadswapen, dat overeenkomstig de Mechelse gildevoorschriften van die tijd aan de achterzijde in het beeld werd geslagen als kwaliteitsmerk voor het geleverde beeldsnijwerk. Op basis van een aantal stijlelementen, zoals de vloeiende drapering van de manteldoek van Sint-Anna, kan het beeldje rond 1525-1550 worden gedateerd.
Het beeldje zou door Hugo Gerstenhauer (1875-1961) als Duits frontsoldaat tijdens Wereldoorlog I meegenomen zijn uit een verwoeste kerk of kapel in België of Frankrijk. Bij zijn terugkeer van het front kreeg het een ereplaats in zijn huis in Diepholz in Duitsland, waar het met veel eerbied werd omringd. Het Sint-Annabeeldje werd vererfd op zijn zoon Hans-Helmut Gerstenhauer (1915-2014), in zijn actief leven een bekende Duitse helikopterpiloot, en na diens dood op de drie kinderen van zijn zus Dorothea (Doris) Elisabeth Hensch (geboren Gerstenhauer). Het was de wens van deze kleinkinderen, met name Christiane Hammacher (geb. Hensch), Karin Schröder (geb. Hensch) en Rudolf Hensch, dat het beeldje zou kunnen terugkeren naar de plek, waar het oorspronkelijk thuis hoorde. De familie zelf beschikt echter nauwelijks over gegevens over de precieze herkomst van het beeldje. Van grootvader Hugo Gerstenhauer bleven slechts enkele brieven, foto’s en schetsboeken bewaard.
Hugo Ernst Gerstenhauer (1875-1961), in zijn actieve burgerleven als architect verbonden aan het Preussisches Hochbauamt, werd tijdens Wereldoorlog I als ingenieur-architect ingelijfd bij het regiment Pioniers van het Duitse leger. Volgens zijn familie zou hij zich tussen november 1916 en november 1918 aan het oorlogsfront in België en Noord-Frankrijk begeven hebben. De familie bezit nog een aantal potloodschetsen van kerk- en dorpsruïnes van hem uit die periode, die aantonen dat hij zich tussen december 1917 en september 1918 aan het front bij de Somme in de buurt van Saint-Quentin in Noord-Frankrijk bevond. Vermoedelijk was hij voordien ook actief aan het front in België en in Vlaanderen. Hiervoor ontbreken voorlopig nog concrete gegevens.
Toen duidelijk werd dat het traceren van de oorspronkelijke plaats van herkomst van het Mechelse Sint-Annabeeldje bij gebreke aan verdere concrete gegevens een zo goed als onbegonnen werk bleek te zijn, bood de familie Hensch het Sint-Annabeeldje op 23 juli 2026 als schenking aan PARCUM aan, zodat het weliswaar niet op zijn originele plaats dan toch in de omgeving ervan voor komende generaties kan worden bewaard en ontsloten.
Intussen wordt het stoutmoedig onderzoek naar de originele herkomst van het beeldje, onder meer in het Bundesarchiv Berlijn verdergezet.
Andere interessante blogartikels
Projectmedewerker Dharma in de Dorpsstraat gezocht!
Om ons team te versterken zijn we op zoek naar een enthousiaste projectmedewerker voor het project ‘Dharma in de Dorpsstraat. Boeddhistisch erfgoed in Vlaanderen en Brussel.
Stage- en onderzoeksopdrachten 2026-2027
PARCUM lanceert een nieuwe bundel met alle stage- en onderzoeksopdrachten voor het academiejaar 2026-2027! Van erfgoedanalyse en depotwerking, tot publiekswerking en onderzoek in de abdij van Park. We bieden leerrijke trajecten voor onder andere studenten geschiedenis, kunstwetenschappen, theologie en erfgoedstudies.
PARCUM inventariseert allereerste gurdwara in België
In december trokken collega’s Bert en Freya naar de gurdwara in Gent. Niet zomaar een bezoek, maar een bijzondere primeur. Voor het eerst in België werd een gurdwara geïnventariseerd.