Aanbidding van de herders

Theodoor Van Loon, tweede kwart 17de eeuw
Olieverf op doek

Het is nacht. De wegen zijn bar en de velden zwijgen. Of niet? Een heldere ster leidt je naar een geluid dat van tussen de glooiingen komt. Opeens ben je samen met enkele eenvoudige herders getuige van een eigenaardig en uniek schouwspel: in een verlaten stal ligt een boreling in een voederbak, teder ontfermen zijn ouders zich over hem. Eén van de herders heeft zich van verbluffing op de knieën geworpen en deinst nog wat achterover, alsof hij maar niet kan geloven wat er zich voor zijn ogen afspeelt. Bezorgd kijkt zijn zoon naar hem op. Van achter de schouder van de man proberen ook een herderin (zijn vrouw?) en haar dochter een glimp van het tafereel op te vangen. Dieper in de stal wordt de zonderlinge gebeurtenis druk besproken. Gelukzalig heft een man in boerenkiel zijn armen ten hemel. Dit moet wel een wonder zijn.

Theodoor Van Loons Aanbidding van de herders leest als een gepauzeerd stukje film. Op meesterlijke wijze probeert de kunstenaar je bij de vertoning te betrekken. Toch hebben weinigen gehoord van Van Loon, een in Erkenelz geboren barokschilder die zijn tijd verdeelde tussen Italië en de Lage Landen. Waar de herinnering aan Van Loon vandaag misschien vervaagd is door de lange schaduw van Pieter Paul Rubens, was hij in zijn tijd echter een ronkende naam die voor innovatie en prestige stond. Zo is de imposante schilderijencyclus van Maria in de Basiliek van Scherpenheuvel van zijn hand. Omwille van zijn gebruik van dramatische lichteffecten, geaffecteerde gebaren en een eenvoudige aankleding wordt Van Loon doorgaans beschouwd als een caravaggist, en wel diegene die als eerste deze stijl naar de Lage Landen bracht.

Overigens lijkt het erop dat Van Loon ook graag met het onderwerp van de aanbidding van de herders experimenteerde: onder meer de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van Brussel, The Museum of Fine Arts van Boston en de Sint-Martinuskerk in Gent bezitten een variatie op het thema. Het exemplaar uit de Abdij van Park werd verworven dankzij een openbare verkoop in de eerste helft van de 19de eeuw.